Isoleren in balans volgens Ron Spaan, erfgoedadviseur

Ron Spaan is zelfstandig erfgoedadviseur en heeft met meer dan 25 jaar ervaring zijn sporen verdiend in de restauratie en herbestemming van monumenten. Hij is tevens gastdocent aan een tweetal Hogescholen en het NRC. Daarnaast is hij projectleider voor de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM). Ook geeft hij trainingen voor onder andere het Gelders Restauratie Centrum over het verantwoord en met zorg isoleren van monumenten. Want dat is nog niet zo eenvoudig. De constructie van een monument is immers ontworpen zonder isolatie. In 5 vragen leren we zijn visie op isoleren in balans…

Welke trends zie jij in verduurzaming van monumenten?

“Opgedreven door de ijver van de overheid worden er nu heel veel verbeteringen aangebracht aan de thermische schil van monumenten. Aangezien de investeringen hoog zijn, wil men ‘zo goed en zo veel mogelijk’ isoleren. Daarnaast zie ik ook een hausse in het aanbrengen van allerlei bijzondere installaties waarvan we niet goed weten of ze nu wel (samen-)werken. Wat mij daarbij opvalt is dat veel installateurs uitgaan van de standaardwaarden die gelden voor nieuwbouw en passen dat ook toe op monumenten. Maar dat werkt natuurlijk niet bij gebouwen met een enorme massa en thermisch zo lek als een zeef. Warmte- of grondwarmtepompen voor een lage temperatuurinstallatie werken veelal niet binnen minder goed geïsoleerde monumenten en mensen hebben het dan de hele winter koud. Dat is een gemis aan monumentenkennis binnen de installatiebranche.”

Is ieder monument te isoleren?

“In principe wel. Het verbeteren van de thermische schil van een monument neemt echter wel  risico’s met zich mee. Die wil je natuurijk zo klein mogelijkhouden. Daarnaast zijn er veel factoren waar je rekening mee moet houden. Verstand hebben van natuurkundige wetmatigheden is vereist als je aan de slag gaat met verduurzamen van een monument. Vaak gaat men aan de slag met de gevels. Spouwmuurisolatie is echter niet altijd mogelijk en isolatie aan de binnenzijde van de buitengevels doet vaak geen recht aan de karakteristieke monumentale uitstraling van die gevels. Weet in ieder geval dat een driehonderd jarige massieve buitenschil nu eenmaal niet dezelfde eigenschappen heeft als een optimaal geïsoleerd nieuwbouwhuis. Zo heb je bij een monument meer uitdagingen om het zo optimaal en netjes mogelijk te doen. De gebruikte materialen en bouwtechnieken moeten op de juiste wijzen worden toegepast, qua toepasbare dikte en aansluitdetails. Waarbij tevens de juiste hoeveelheid ventialtie niet uit het oog moet worden verloren. Om geen overmatige condensatie te krijgen moet je soms bijvoorbeeld extra gaan ventileren”

Welk effect heeft isolatie op het monument, bouwfysisch gezien?

“Het effect is aanzienlijk. Er zijn diverse voorbeelden waarbij men is gaan verduurzamen en er vervolgens na enige tijd veel schade is ontstaan. Je gaat namelijk ingrijpen in een systeem dat al honderden jaar goed werkte. Isoleren van de buitengevels aan de binnenzijde, kan leiden tot thermische scheuren in deze buitenwanden. De warmte van de zon kan niet naar binnen afkoelen en zo accumuleert de warmte in de stenen en zal de gevel meer uitzetten. In de winter worden de gevels niet meer van binnenuit verwarmd en zullen dus meer krimpen. Door de toename in het verschil tussen krimp en uitzetting wordt de lengteverandering groter en ontstaan er na verloop van tijd forse scheuren in de buitengevels. Daarnaast isoleren we niet alleen om warmte in de winter binnen te houden, maar ook om warmte in de zomer buiten te houden. Als de lucht buiten warm is en binnen koel, dan ontstaat er een dampstroom van buiten naar binnen en trekt het vocht naar binnen, terwijl de dampremmende laag dan aan de verkeerde kant zit. Ga zo maar door. Wil je snelle winst behalen met isolatie in een monument en minder risico lopen, dan kun je het beste het dak en de gevelopeningen, zoals kieren en het glas, aanpakken. Dan heb je zo’n 60% van het warmteverlies te pakken. Houd bij het isoleren van het glas wel rekening met de karakteristieke monumentale uitstraling. Binnen voorzetramen of geïsoleerd monumentenglas zijn dan een goede oplossing. In het geval van monumentenglas kun je kiezen voor verschillende U-waarden*. Hoe lager is echter niet altijd beter. Maar probeer het altijd in verhouding te zien met de overige bouwdelen.” 

Bestaat er een ideale isolatiewaarde? En hoe bepaal je dit?

“De ideale isolatiewaarde bestaat niet, het is voor ieder gebouw altijd maatwerk. Het is daarom verstandig om bouwfysische berekeningen te laten maken. Wat belangrijk is, is dat de U-waarde van het glas en R-waarde* van de overige delen van de buitenschil in balans zijn. Als je streeft naar een Ug-waarde van onder de 1 voor de glasisolatie en je hebt wanden met een R-waarde van 0,4 dan is de verhouding helemaal zoek. Dan verklein je het totale condens vlak en zal er niets meer condenseren op het glas maar alles op het metselwerk. De gevolgen daarvan op lange termijn zijn altijd ernstig. Over het algemeen kun je zeggen dat je met een Ug-waarde van 2 en een R-waarde van 2,5 goed in verhouding zit. Dit is de standaard die in de jaren ’70 en ’80 werd gehanteerd. Dit is niet overeenkomstig met de comforteisen van deze tijd, die zijn gestoeld op de allernieuwste technieken.”

Welke technologieën kun je het beste inzetten voor isoleren in balans?

Als je werkt met een monument dan moet je eigenlijk altijd kiezen voor de minst slechte methode, de beste is immers het hele gebouw inpakken. Er is veel vernieuwing in de bouw als het gaat om isolatie en duurzaamheid. Sommige werken goed voor een monument, anderen minder goed. Dampopen capillair actieve materialen zorgen ervoor dat het condensvocht beter wordt verdeeld en op tijd ook weer wordt afgevoerd. Met vacuümglas kun je hele goede isolatiewaardes bereiken, maar dat dwingt je direct om op andere vlakken ook sterk te isoleren om de balans te behouden. De kosten wegen daarin niet op tegen het beetje extra comfortwinst dat je bereikt, dus dat is dan niet de beste methode. Weet dus wanneer goed, goed genoeg is. De meeste isolatiewinst haal je uit de eerste centimeters aan isolatiemateriaal. Als je uitgaat van een r-waarde van ca. 2,5 dan kun je voor dakisolatie bijvoorbeeld stoppen bij 6 cm. Meer comfortwinst ga je namelijk niet halen als je meer gaat isoleren. Je maakt alleen maar meer kosten en die investering verdien je niet terug, los nog van de problemen bij aansluitdetails en monumentale uitstraling.

Verduurzaming is overigens niet alleen een kwestie van het inzetten van technologie. Het is ook een kwestie van gedrag. Hoe meer je investeert in isolatie, hoe hoger de wens voor comfort. In Engeland hebben ze een goede vergelijking kunnen maken in energieverbruik van twee identieke monumenten. Eentje werd totaal geïsoleerd, de andere niet. Uiteindelijk bleek de energierekening van de geïsoleerde woning hoger omdat de bewoners ander gedrag vertoonden. Ze wensten meer comfort in alle vertrekken in het huis, immers alles was geïsoleerd. Dus als je wil verduurzamen in een monument, dan moet je je gedrag ten aanzien van comfort ook verduurzamen. Wil je dat niet, kies dan voor nieuwbouw.

*De U-waarde of warmtedoorgangscoëfficiënt geeft aan hoezeer de scheidingsconstructie, zoals een wand of ruit, geïsoleerd is. Is de wand thermisch goed geïsoleerd, dan heeft die een lage U-waarde. De R-waarde geeft aan hoe goed het materiaal de warmte tegenhoudt. Hoe hoger de R-waarde, hoe meer warmte het materiaal tegenhoudt en hoe beter het dus isoleert.

Wat klanten van Monuglas® vinden

Direct contact

Bart Vroegh

Bart Vroegh

Onze adviseurs staan voor u klaar!

Heeft u bijzondere vragen over glas? Bent u benieuwd naar de mogelijkheden voor uw monumentale pand? Wij helpen u graag. Vul het onderstaande formulier in en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op:

Vul je naam in.
Voer uw telefoonnummer in.
Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en Privacybeleid en Servicevoorwaarden van Google.